Richtlijnen  |  Wet- en regelgeving  |  Transport en I&R meldingen  |  Voeding  |  Huisvesting en welzijn  |  Bedrijfs- en hobbystatus voor varkenshouders  |  De levensfases van een varken
Bedrijfs- en hobbystatus voor varkenshouders

Varkensbedrijven worden ingedeeld naar 'productietype'. Er is een aparte categorie 'hobby/recreatie' voor kleinschalige varkenshouders. Een beknopte uitleg van de verschillende productietypen:

Hobby/recreatie: Het productietype hobby/recreatie geldt alleen wanneer de varkenshouder minder dan 5 varkens (zwaarder dan 25 kg) heeft. Biggen lichter dan 25 kg tellen dus niet mee. Varkenshouders in deze categorie mogen varkens afvoeren naar de slacht, maar ook naar andere hobbyvarkenshouders. Het is eigenlijk ook niet verboden om ze af te voeren naar een varkensbedrijf, maar voor een bedrijf is het verboden om ze aan te voeren. Dus dat kan niet. Omgekeerd mogen bedrijven wel varkens afvoeren naar recreatieve varkenshouders, tot een maximum van 4 varkens per keer.
Hobbymatige/recreatieve varkenshouders moeten wel altijd een I&R-melding doen bij verplaatsing. Dit hoeft niet vooraf, het moet binnen 2 dagen na de verplaatsing. Het telefoonnummer van het I&RVL-bureau voor de melding: 0900-8998303. 
Kleinschalige varkenshouders met 5 of meer varkens moeten een bedrijfsstatus aanvragen. In de praktijk komt dat meestal neer op een B- of een D-status. Kleinschalige varkenshouders met 5 of meer varkens worden gezien als D-bedrijf. Als dergelijke varkenshouders hun varkens of biggen willen vervoeren naar een ander adres dan de slacht, dan moeten ze (tijdelijk) de B-status voor varkenshouders aanvragen.
Voor varkenshouders met minder dan 5 varkens (zwaarder dan 25 kg) voegt het aanvragen van een B-status alleen wat toe als  ze bijvoorbeeld vleesbiggen willen afvoeren naar een varkenshouder met een D-status.
 
A-bedrijf (fokbedrijf): Een A-bedrijf heeft zeugen voor het produceren van biggen. A-bedrijven mogen onbeperkt dieren leveren aan B- en D-bedrijven. Als een A-bedrijf een relatie aangaat met een E-bedrijf, mag onbeperkt geleverd worden aan dit E-bedrijf, maar alle andere aflevermogelijkheden vervallen daarmee. A-bedrijven mogen ook afvoeren naar een C-bedrijf, maar naar ten hoogste drie C-bedrijven per jaar. Omdat een A-bedrijf aan het begin van de keten staat (fokbedrijf - (speenbigbedrijf) - vermeerderaar - vleesvarkensbedrijf), moet een A-bedrijf voldoen aan hoge specifieke eisen ten aanzien van de hygiene. Nieuw aangevoerde dieren moeten apart gehuisvest worden tot ze besmettingsvrij zijn bevonden, danwel er mag tot 6 weken na aanvoer van nieuwe dieren geen afvoer van varkens plaatsvinden. Maandelijks wordt getest op varkensziektes.
 
B-bedrijf (vermeerderaar): Op een B-bedrijf worden zeugen gehouden voor de biggenproductie. Vermeerderaars leveren biggen aan vleesvarkenbedrijven (of aan hobbyisten). In een periode van 6 weken kunnen ze leveren aan ten hoogste 6 D-bedrijven, of in een periode van 4 maanden aan ten hoogste 12 D-bedrijven. Een vermeerderaar die meer dan 12 afleveradressen wil, moet zijn bedrijf inrichten als A-bedrijf, met bijbehorende hogere eisen. Voor een B-bedrijf gelden de standaard voorwaarden ten aanzien van gezondheid en hygiene. Indien een B-bedrijf een relatie aangaat met een F-bedrijf (speenbigbedrijf), verliest het alle andere aflevermogelijkheden.
 
C-bedrijf (opfokbedrijf): Een C-bedrijf is een bedrijf met fokbiggen. Varkens op een C-bedrijf zijn bestemd om nadien naar een A-bedrijf (fokbedrijf) of een B-bedrijf (productie van biggen voor de vleesproductie) te worden afgevoerd. Ze kunnen ook direct aan een vleesvarkenbedrijf (D-bedrijf) worden geleverd. Het bedrijf moet voldoen aan een aantal specifieke eisen ten aanzien van de hygiene. Maandelijke tests op varkensziektes.
 
D-bedrijf (vleesvarkenbedrijf): Op een D-bedrijf worden biggen gehouden voor de vleesvarkenproductie. Een D-bedrijf mag varkens van alle soorten bedrijven aanvoeren (in een periode van 16 weken van maximaal 6 bedrijven), maar de varkens mogen daarna alleen nog maar naar het slachthuis. D-bedrijven vormen daarmee slechts een beperkte risicogroep. Voor een D-bedrijf gelden de standaard voorwaarden ten aanzien van gezondheid en hygiene. Elke varkenshouder die meer dan 4 varkens in bezit heeft, krijgt allereerst de D-status toegekend.
 
E-bedrijf (speenbigbedrijf): Op een E-bedrijf worden speenbiggen gehouden, die uitsluitend afkomstig zijn van 1 A-bedrijf. Het E- bedrijf neemt als het ware de aflevermogelijkheden van het A-bedrijf over. Een E-bedrijf moet aan strenge hygienevoorschriften voldoen. Maandelijke tests op varkensziektes.
 
F-bedrijf (speenbigbedrijf): Op een F-bedrijf worden speenbiggen gehouden, die uitsluitend afkomstig zijn van 1 B-bedrijf. Het F- bedrijf neemt als het ware de aflevermogelijkheden van het B-bedrijf over.

N.B.1. Iedereen die een A-, B-, C-, E- of F-status aanvraagt, krijgt eerst een D-status toegekend. Vervolgens worden er formulieren toegestuurd, waarmee de varkenshouder het productschap (PVE) kan verzoeken de gevraagde typering toe te kennen. In sommige gevallen dienen hierbij, voor rekening van de varkenshouder, keurings-, bedrijfs- en veterinaire rapporten te worden overlegd. 

N.B.2. A-, B-, C-, E- en F-bedrijven mogen slechts van 1 ander varkenshouderijbedrijf per jaar varkens ontvangen.

Vervoersdocument
Het vervoersdocument is onderdeel van het bedrijfsregister. Vervoersdocumenten vraagt u aan bij de helpdesk van het I&RVL. Het telefoonnummer is 0900-899 8303.

Meer informatie is te vinden op https://mijn.rvo.nl/varkens-melden

Stichting Het stamboek

Stamboekbeheerder: Peter Miedema
bbstamboek@hotmail.com
Postadres: Bremweg 5, 7245SH Laren gld​

Vereniging het Nederlandse Bonte Bentheimer Landvarken

Secretariaat: Jaklien Hessels
bontebentheimer@hotmail.com
Postadres: Bremweg 5, 7245 SH Laren gld telefoon: 0573 402048

©2014-Vereniging het Nederlandse Bonte Bentheimer Landvarken |  bontebentheimer@hotmail.com