Fokkerijadvies  |  Dekberenkeuze  |  Dekberen overzicht  |  Fokdoelen  |  Inteelt  |  Aanmelden nieuwe dekbeer  |  Gedragstesten
Advies aan de fokkerij

Studenten van de HAS in Den Bosch hebben onderzoek gedaan naar het fokken met kleine populaties. Naar aanleiding van dit onderzoek geven ze het advies om te werken met een roulatie systeem van nakomelingen. Hieronder wordt uitgelegd hoe dit werkt.

 

Het volledige advies en rapport van HAS Kennis Transfer te lezen | 0,28Mb
Roulatie van de nakomelingen

Roulatie gaat uit van het principe dat de genen van een beer rouleren over een aantal bedrijven. Het schema laat zien dat de beste mannelijke nakomeling van dekbeer A verhuist naar bedrijf B. Deze nakomeling wordt dan op bedrijf B dekbeer B. De beste mannelijke nakomeling van dekbeer B, gaat naar bedrijf C en wordt dan dekbeer C. En zo gaat het verder totdat de nakomeling van dekbeer E weer op bedrijf A komt. De fokkerij is nu vijf generaties verder en vijf verschillende zeugen hebben hun genen toegevoegd. Dit principe kan ook worden toegepast met meer beren en bedrijven.

 

Het roulatiesysteem bevordert daling van de inteelttoename en verspreiding van genen. Voorwaarde is dat zeugen regelmatig worden vervangen voor genenverversing. In het voorbeeld in figuur 3 betekent dat, dat een bedrijf zeugen na maximaal vijf worpen afvoert. Bijvoorbeeld: als nakomeling E weer op bedrijf A komt als dekbeer dan loopt hij het risico zijn 'over-overgrootmoeder' te dekken als deze zeug (moeder van dekbeer A) na vijf worpen nog op het bedrijf is. Dit bevordert de inteelttoename, wat niet wenselijk is.

 

Dit systeem is het meest raadzaam voor de Bonte Bentheimers in Nederland. Het advies is om met minimaal vijf beren (dus met minimaal vijf bedrijven) te starten. Dit systeem dient gecombineerd te worden met een maximum van 5 aantal worpen per zeug. Via deze weg komt er meer variatie in de genenpoel en is de verspreiding van genen over Nederland groter.

Toename van het aantal beren

In Nederland zijn nu vijf dekberen beschikbaar, waarvan twee op een KI-station in Duitsland. Meer dekberen zorgen voor meer variatie in de genen, met minder kans op inteelttoename en minder kans op erfelijke gebreken. De keuze uit sterkere dieren van de populatie is groter bij gebruik van meer dekberen.

 

Voor een goede en gezonde populatie zijn minimaal 10 beren nodig. Met het roulatiesysteem is het ook mogelijk om meer dekberen in te zetten.

 

Beren uit Duitsland dragen ook bij aan de toename van de genetische variatie. In verband met lange transporttijden en stress, hebben beren van Duitse bedrijven dichtbij de grens de voorkeur. Het behoud van het ras moet uiteindelijk echter doorslaggevend zijn bij de beerkeuze.

Beperkt aantal dekkingen per beer

Beren beperkt inzetten voorkomt dat teveel dieren aan elkaar verwant zijn. Voor de Bonte Bentheimers is het advies is om een beer niet meer dan vijf zeugen te laten dekken. Na vijf dekkingen kan de beer worden afgemest en/of worden gecastreerd.

 

In combinatie met het roulatiesysteem zijn vijf dekkingen per beer goed te realiseren. De beer van bijvoorbeeld bedrijf A kan, naast het eigen bedrijf, ook zeugen van andere bedrijven dekken. Voorwaarde is wel, dat een van de andere bedrijven niet bedrijf B is, want uit de vijf tomen van de beer wordt de beste dekbeer geselecteerd (dekbeer B). Deze nieuwe dekbeer gaat naar het volgende bedrijf (bedrijf B) om voor opfok en inzet als dekbeer B.

 

Voor het realiseren van beperkte dekkingen in combinatie met rouleren, is het mogelijk enkele grote fokkers te benaderen om Bonte Bentheimers te gaan fokken. Biologische varkenshouders of scharrelbedrijven zijn hiervoor het meest geschikt. Zij houden hun dieren grotendeels op dezelfde wijze als houders van Bonte Bentheimers.

Tijdige vervanging van zeugen

Zeugen hebben minder directe invloed op de fokkerij dan beren, maar hun invloed is niet te verwaarlozen. Het advies is om in combinatie met het roulatiesysteem fokkers te stimuleren hun zeugen na vijf worpen (dus vanaf de zesde worp) alleen nog te gebruiken voor het produceren van vleesvarkens of de zeugen af te voeren. Het is sterk af te raden de nakomelingen te gebruiken voor de fokkerij. Op deze manier wordt de genenvariatie niet verder versmald.

Stichting Het stamboek

Stamboekbeheerder: Peter Miedema
bbstamboek@hotmail.com
Postadres: Bremweg 5, 7245SH Laren gld​

Vereniging het Nederlandse Bonte Bentheimer Landvarken

Secretariaat: Jaklien Hessels
bontebentheimer@hotmail.com
Postadres: Bremweg 5, 7245 SH Laren gld telefoon: 0573 402048

©2014-Vereniging het Nederlandse Bonte Bentheimer Landvarken |  bontebentheimer@hotmail.com