Huisvesting en Welzijn

De vraag "hoe moet ik een varken huisvesten " is eenvoudiger gesteld als beantwoord. Het is niet de bedoeling van dit hoofdstuk om te zeggen hoe het moet, maar meer hoe het kan. We kijken hierbij niet naar het wettelijk minimaal aantal vierkante meters per varken, maar nemen het gedrag van het varken als uitgangspunt. Huisvesting en welzijn gaan min of meer samen. Is de huisvesting goed dan zal het varkens zich prettig voelen. Is de huisvesting onvoldoende dan zal dit te merken zijn in het gedrag en de gezondheid van het varken. De basis is een stal en een uitloop. 

De Stal

Verblijft het varken zomer en winter buiten dan moeten ze een goede schuilhut hebben. 's Winters hebben ze dan beschutting tegen de kou en regen, in de zomer hebben ze dan beschutting tegen de felle zon. De schuilhut kan worden opgestrooid met stro of hooi , maar wanneer er voldoende stro, takjes, riet etc aanwezig zijn dan zal het varken dit zelf regelen. In de winter sleept het varken materiaal in de schuilhut om zo een warm nest te maken. In de zomer wil hij het koeler hebben en dan gooit hij alle rommel er weer uit.

 

Heeft het varken een meer permanente stal of moet het varken door omstandigheden langer binnen blijven dan moet de stal voldoende groot zijn. Een varken gebruikt de stal dan in hoofdzaak voor drie zaken; slapen, mesten en eten. In de stal moet ruimte zijn om die drie dingen apart van elkaar te kunnen doen. Het klinkt raar maar varkens houden niet van een vieze stal. Ruim daarom regelmatig de mest op. 

 

 

De kraamstal Aan de kraamstal moet extra zorg besteed worden. In de kleinschalige varkenshouderij worden twee methodes gebruikt. De kraamstal waarbij de zeug in een kooi ligt en de kraamstal waarbij de zeug los loopt. De kraamstal waarbij de zeug los ligt moet rondom zijn voorzien van een balk van ijzer of van hout. Deze balk is ongeveer 20 cm van de grond en 20 cm uit de muur gemonteerd. Deze balk voorkomt dat de zeug de biggen tegen de muur dood drukt als ze gaat liggen. Verder is het handig om in het kraamhok een afdeling temaken waar de biggen wel kunnen komen en de zeug niet. Wanneer hier een warmtelamp wordt opgehangen zullen de biggen hier gaan slapen en is er minder kans op doodliggen. Ook kan men hier biggen korrels voeren zonder dat de zeug het opvreet.
De uitloop

Varkens zijn actieve en nieuwsgierige dieren. Een voldoende grote uitloop is daarom belangrijk. Ga hierbij uit van een uitloop van ongeveer 100 a 200 vierkante meter per varken. Hoe groter de uitloop hoe meer het varken zij eigen gang kan gaan. Geef het varken (vooral bij kleinere uitloop) regelmatig prikkels zodat ze actief bezig kunnen zijn. Geef ze bij voorbeeld eens wat snoeiafval voordat u het in de brand steekt. Ook gemaaid gras, een oude kuilbaal of sloot maaisel daar kunnen ze uren mee bezig zijn.

 

Als er voldoende ruimte is dan is het aan te raden om meerdere uitlopen te maken. Wanneer een uitloop helemaal omgewroet is kan het varken verhuisd worden naar een andere uitloop. Door de eerste uitloop één of twee jaar te laten rusten kan er weer vegetatie groeien en kan het bodemleven zich weer ontwikkelen. Wanneer het varken na twee jaar terugkomt is er wel voldoende voeding en afleiding. Bijkomende voordelen van de wisselmethode zijn minder geur en minder kans op worminfecties. Op de foto een voorbeeld van een wisselmethode waarbij er één jaar varkens lopen en daarna wordt er twee jaar graan verbouwd tbv stro en voer voor de varkens.

Omheining

Varkens wroeten en zijn sterk. De omheining moet dus wel stevig zijn. Ook moet de omheining een stuk worden ingegraven anders wroeten ze er onderdoor. Een handigere methode is schrikdraad. Wanneer er voldoende stroom op staat hebben varkens hier veel respect voor. Op de foto een voorbeeld met drie draden. Het verdient aanbeveling om de biggen wel even te trainen. Sommige varkens hebben namelijk de neiging om vooruit te vliegen als ze schrikken en dan staan ze net waar je ze niet hebben wil. In het begin is het daarom handig om achter het schrikdraad een schapennet of een stuk gaas te zetten, zodat de varkens niet rechtuit kunnen schrikken. Na een paar weken zijn ze gewend en is alleen schrikdraad voldoende.

Modderpoel

Varkens kunnen niet zweten. Varkens die buiten lopen kunnen in de zomer behoorlijk last van de warmte hebben. Ze zijn dan suf en hebben weinig eetlust. Om in de zomer hun warmte kwijt te kunnen gaan ze graag in een modderpoel. Een paar emmers water in een kuil is al voldoende. Op deze manier kunnen ze ook eventuele parasieten en huidschilfers kwijt raken. Bijkomend voordeel is dat je ondanks de warmte de groei in je varkens houdt.

Landschappelijke inpassing

Schuilhutten zijn eenvoudig zelf te maken. Meestal is er bij de gemeente geen vergunning nodig voor een schuilhut zolang deze maar laag is en klein van oppervlak. Voor u aan de slag gaat met het bouwen van een schuilhut informeer bij uw gemeente wat wel en wat niet mag. Gebruik voor de schuilhut materialen die in de omgeving passen. Met wat bosjes en een potje groene of zwarte verf is de schuilhut al goed te camoufleren. Ook het gebruik van zwarte of groene paaltjes met schrikdraad ipv opzichtige witte paaltjes met witte linten komt het landschap ten goede en draagt bij aan een beter draagvlak voor de kleinschalige varkenshouderij. Op de website van de NBvH (Nederlandse Bond voor Hobbydierhouders) is een folder te downloaden met meer informatie over schuilstallen

Stichting Het stamboek

Stamboekbeheerder: Peter Miedema
bbstamboek@hotmail.com
Postadres: Bremweg 5, 7245SH Laren gld​

Vereniging het Nederlandse Bonte Bentheimer Landvarken

Secretariaat: Jaklien Hessels
bontebentheimer@hotmail.com
Postadres: Bremweg 5, 7245 SH Laren gld telefoon: 0573 402048

©2014-Vereniging het Nederlandse Bonte Bentheimer Landvarken |  bontebentheimer@hotmail.com